Noord
Nederlandsche
P&I Club

Jaargang 2018/7 - Bijdrages in AG en de plicht van de eigenaar een zeewaardig schip

Gepubliceerd op 29 mei 2018

Tijdens haar overtocht van Argentinië naar China in 2011 moest het MTS “Cape Bonny” haar koers wijzigen om een tropische storm te ontwijken. Tijdens deze koersafwijking liep zij averij op in haar no. 1 hoofdlager en sleepbootassistentie bleek noodzakelijk om de veiligheid van het Schip, haar bemanning en lading te garanderen. De rederij verklaarde AG en vorderde zo’n 2.5 miljoen Amerikaanse dollar in aandeel daarin van lading.

De ladingbelanghebbenden namen het standpunt in dat de Rederij verzuimd had in haar plicht tot het uitoefenen van gepaste zorgvuldigheid (due diligence) voor aanvang van de reis om het Schip zeewaardig te maken. Een succesvol beroep hierop zou hun verplichte AG-aandeel tot nul reduceren. De kwestie kwam uiteindelijk voor de Engelse rechter, die tot het oordeel kwam dat de hoofdoorzaak van het falen van de hoofdlager gelegen was in metaaldeeltjes in de smeerolie. Dit had op zijn beurt voorkomen kunnen worden als de automatische blowdown filter beter gefunctioneerd had. Als gevolg van deze beredenering oordeelde het de rechter dat het Schip onzeewaardig was voor aanvang van de reis, met alle gevolgen van dien.
 
Vanaf ongeveer een maand voorafgaand aan het incident ontstond een merkbare toename in krukas deflecties bij de no. 1 hoofdlager maar de bemanning had dit niet verder onderzocht. De Rederij betoogde dat deze deflecties op alle momenten binnen de toelaatbare grenzen waren en dat zij derhalve ook geen plicht hadden tot verder onderzoek. Hier zou, aldus de Rederij, hun plicht tot gepaste zorgvuldigheid eindigen. Lading betoogde anders: niet de toelaatbare grenzen zijn doorslaggevend om te oordelen over de gepaste zorgvuldigheid, maar de plotselinge toename zou doorslaggevend moeten zijn in het bepalen van de plicht om onderzoek in te stellen. De rechter oordeelde als volgt:
 
“(…) Een zorgvuldig ingenieur of superintendent zou in het licht van de mei 2011 deflecties hebben besloten dat maatregelen gepast zouden zijn. Het nalaten te handelen resulteert in een falen in het uitoefenen van gepaste zorgvuldigheid om het scheep zeewaardig te maken.” [vrije vertaling]
 
Het gevolg hiervan is dat de Rederij geen bijdrage van lading kon vorderen. Het vonnis illustreert dat het uitoefenen van gepaste zorgvuldigheid om een schip zeewaardig te maken verder kan gaan dan uitsluitend haar binnen de toelaatbare grenzen te houden en het boord en walpersoneel kan van doorslaggevende betekenis zijn in het op het juiste moment actie ondernemen om verstrekkende gevolgen te vermijden.

Verzekeringen voor de zeevaart

Bekijk verzekeringen

Verzekeringen voor de binnenvaart

Bekijk verzekeringen

Verzekeringen voor woonboten

Bekijk verzekeringen

Verzekeringen voor pleziervaart

Bekijk verzekeringen

Neem contact op

Wilt u meer weten over één van onze verzekeringen, de risicocheck doen of heeft u een andere vraag? Neem contact met ons op.

Inschrijven voor de nieuwsbrief